woord | beeld | idee

2021. Memories of the Air – festival Terug naar het begin, Appingedam

Ik schreef vier monologen en maakte de soundscape bij de theatrale installatie Memories of the air. De installatie speelt met de wind en laat je spelen met de wind. Ik ben uitgenodigd door scenograaf Eva Koopmans om samen te werken aan dit artistieke onderzoek naar onze relatie met de lucht. De tekst en het geluid heb ik gemaakt specifiek voor en over de locatie. Ze stimuleren de bezoeker met volle aandacht, lijf en geest het spel te spelen.

I. ZATERDAG EN DE BOOM (detail)

Stem: Sijas de Groot

II. GEEN SPIEGELS HIER (detail)

Stem: Maartje Terpstra

III. BETEKENEN EN TEKENEN (detail)

Stem: Anna-marije de Boer

IV. SPOREN (detail)

Stemmen: De Groot, De Boer, Terpstra
2021. ONGETITELD
2021. CONTAINER

In 2020 schreef ik een genre-experiment voor de schrijfwedstrijd Latour op het wad. Een poëtisch essay over de ramp met de MSC Zoë vanuit niet-menselijk perspectief. In die tekst probeerde ik taalfilosofische kwesties rondom complexe ecologische gevaren te vatten en voelen. Want wat denkt het woord? Ik heb het bewerkt tot gedicht – een dromerige vertelling over het ongeluk hoe deze te beschrijven.

CONTAINER

I.

Ik ben een woord

Ik ben een woord

Zie ons hier opgestapeld

Verdeeld geloofwaardig

Zwevend van pen tot mond

Bevracht als over zeeroutes

Een naakte vorm kruipt door het donker

Onrustig knagen we uit verveling, of angst

Onwetend omdat we blind zijn

Jij hebt ogen zodat je naar ons kan kijken

en denkt te zien wat is, het klinkt bekend

we zijn al eens eerder gebruikt

II.

Ten strijde moeten we, schrijft hij

Als de kampioen van een partij, zegt hij

Dus al schuivend trekken we ten strijde

En wanneer we niet blijven drijven zullen we klimmen

En eenmaal boven rijst de vraag waar kunnen wij landen

Waar worden wij ter aarde beschreven?

Een stevige wind, is hij

Ons de toekomst in blazen, zal hij

Zal hij ons eigenhandig over de reling werpen?

III.

Water als beton

Niks is vloeibaar

Her, ver, delen

Het schept

De dingen

Een mensenzin

De geul ligt vol wrakken

Dat heet logistiek

IV.

Je schatte je schatten verpakt in plastic zakken

Nu schommelt je maag zich binnenstebuiten

Voel je de zijwind

Dat is de ondergrond

De containers breken en terwijl zij spreken, schreeuwen ze

Plots

De strijder staakt en een verhaal ontwaakt

De dingen vormen zich een eigen zin

In het duister op de tast kun je het lezen als de tijd

Sluit je ogen en knijp heel zachtjes

V.

Mensending in mensenhoofd als mensenwoord

Buiten mijn container ben ik troep

Ik ben mijzelf en ik ben veilig

Koop me, zeg me, stop me in een zak

Ruim, verlicht me met je geest

Sleep me naar binnen met je vraagtekens

Vernietig me in het zwarte gat dat je interpunctie noemt

En wanneer ik weer bovenkom

ben je van mij


2020. In opdracht van Eva Koopmans schreef ik twee brieven voor haar installatie Ode aan de spontane ontmoeting.
Ode aan de spontane ontmoeting – Eva Koopmans 2020. Installatie in het Noorderplantsoen, Groningen.

1.
Ik ben geen bubbel
een levend wezen, net als jij
spartelend in een bruisend bad, blauw,
topzwaar en zwaarmoedig

Ik ben zo blij dat jij er bent
ik ben altijd zo blij als je er bent
het voelt goed als je kijkt, en luistert.
We zijn kunstenaars, geen bubbels

We spatten niet uiteen als we geraakt worden
we maken iets nieuws

Zoute zee van komen en gaan
maar echt dichtbij komt het niet
wie geeft ons de ruimte
wie bepaalt de regels
wie maakt ons bang

We zijn geen bubbels
ik durf je wel aan te kijken
ook wanneer je terugkijkt
ook wanneer je omhoog of naar beneden kijkt

Met je ogen toegeslagen, met je lijf in de deurpost
de post als de blauwe kraag van een paradijsvogel
gedeelde kraag, losjes om ons lichaam, voor heel even of wat langer
laten we dansen, dan kijk ik naar jou en jij naar mij

De lijnen lopen niet zomaar omhoog, zeg ik je
ze lopen naar buiten

Ik ben een wezen, een verfrommelde vorm met een functie
laat het gepraat maar zitten, ik wil tegen je aan kruipen

Aftasten en opvangen
niet zomaar woorden om te begrijpen
je hebt een lijf om het vorm te geven

Ik wil je opvangen en dat je me aftast
dat mag heus vanaf een afstandje
ik wil een aai over mijn hoofd

Mijn liefde voor jou komt niet voort uit mijn kunnen of vanuit mijn macht
het is jouw levendigheid en bruisende kracht die me aantrekt

Wees er maar gewoon, ik zie je wel

2.
Het is prima zo, ik ben er nog maar net
de open ruimte kan zich rustig laten vullen

Ik stap de context binnen maar ik snap de regels niet
het maakt me verlegen, ongemakkelijk en ik voel me een beetje beschaamd

Sorry dat ik je niet aankijk
mijn ogen zijn toegeslagen op de letters
mijn lijf zit vast in deze deurpost

Ik kijk tegelijkertijd naar binnen en naar buiten
maar als ik naar beneden kijk hoef ik niet zelf te beslissen, snap je

De hokjes om me heen bepalen de regels en maken me bang
ze verschillen van kleur, vorm en structuur
sommigen zijn plakkerig, anderen verregend, allemaal schreeuwen ze
een door angst gevoede agressie

Niks bruist in die lijnen op de grond
Anderhalf, middelmatig, half verlangen,
gevriesdroogde bubbels, gesloten, gebroken, opgelost

Naar beneden kijken maakt zwaarmoedig en het idee van stijgende lijnen
creëert een topzwaar en wankel systeem, blauw

Geen zorgen, de lijnen lopen niet zomaar omhoog
de lijnen bewegen naar buiten, op ooghoogte gebeurt het
in de blauwe kraag van de paradijsvogel

Ik ben dan wel een onderdeel maar ik ben niet vervangbaar
Net als jij ben ik een mormel en ik wil dat je tegen me aan kruipt

Ik wil een praatje in het park, met jou
We zijn verbonden met de lijnen, binnenstebuiten
ik en jij, ik en het blauwe ding, jij en ik

Gewoon gezellig, knus, kletsen zoals kunst in het plantsoen
een bruisend bad vol levende wezens op twee of meer pootjes
die spatten niet uiteen


2019. Dicht bij. Vijf korte liefdesgedichten voor de installaties van Sense Aid op Jonge Harten. Als alternatief voor recensie. Soms moet je ervaringen niet ‘dood’ analyseren maar verlevendigen.